30 november 2011

Pret met Bach

Jauchzet!
Frohlocket!

O die heerlijke marsmuziek
van Johann Sebastian Bach

waar ik elk jaar met kerst
weer van genieten mag

(in de trant van Lévi Weemoedt)


24 november 2011

Etser en dichter

In een uniek, door mens en verkeer belaagd, natuurgebied bij Utrecht werkt al vele jaren een bijzondere kunstenaar: Charles Donker, geboren te Utrecht in 1940. Hoe vaak kwam ik zijn in de bosschages van Rhijnauwen verscholen woonatelier niet voorbij, op de fiets of te voet? Donker is vooral bekend en geliefd om zijn minutieus vervaardigde etsen, geïnspireerd door de hem omringende natuur, in al haar schoonheid en wreedheid. (Ik ben jaloers op mijn tandarts die er een aantal in de wachtkamer heeft hangen.) In zijn standaardwerk over de beeldende kunst in Utrecht, Magisch Utrecht (A.W. Bruna 2010), typeerde wijlen Jan Juffermans het Dagboek Rhijnauwen (Erven Thomas Rap 1977) van de kunstenaar als 'een schitterend ensemble van poëtische verbeeldingskracht en verstilling'. Dit geldt naar mijn mening niet alleen voor de in het boek afgebeelde etsen, maar ook voor de door Donker genoteerde, nauwgezette natuurobservaties. Soms overstijgt hij de taal van waarnemer en schrijft hij pure poëzie. Al lezende, ontdekte ik dat er in het Dagboek zinnen staan die moeiteloos in een haiku-achtige vorm kunnen worden weergegeven. Mocht dit bericht de meester zelf onder ogen komen, hoop ik dat hij mijn experiment met zijn taalkunst kan waarderen als hommage van een bewonderaar.

wanneer ik op een dode tak trap
vliegt een menigte houtduiven
klappend uit de populieren
*
achter mij breekt een nieuwsgierige koe
krakend en snuivend
door een meidoornstruik
*
in de vlierstruik zat gisteren een spreeuw
vreemd en zacht te zingen
zeker dronken
*
bij Aart
in de boomgaard
keft een steenuil
*
de roodborst zingt nog wat
het is alsof hij is gevuld
met water
*
een heggemus
sluipend
als een verlegen muis
*
een woestijnkleurige hond 
verbreekt
het rimpelloze watervlak
*
een juffrouw 
blaft 
naar haar hond
*
in de mist
is de treur-es
nog treuriger
*
onderweg zag ik twee grote Ierse taxussen
ze rookten van stuifmeel
alsof ze smeulden van binnen

19 november 2011

Afscheid van een filosoof - Antoon Hurkmans

'En wat doe jij voor de kost?
vroeg de een.

'Nadenken.'
zei de ander.

'Brengt dat dan goed op?'
vroeg de eerste weer.

'Helaas niet.'
was het wederwoord.

'Je legt er 
-eerlijk gezegd- op toe.'


Dit versje schreef ik in januari 1970 voor Antoon Hurkmans. Ik was in de jaren zeventig nauw bevriend met deze filosoof totdat een derde persoon ons contact voorgoed blokkeerde. Toon, zoals hij voor vrienden heette, overleed op  9 november 2011 in Todmorden, Engeland. Ik heb de brieven bewaard die hij mij schreef toen hij aan de universiteit van Leeds het gedachtegoed van de filosoof Ludwig Wittgenstein bestudeerde. Er is een brief van 36 kantjes bij, feitelijk een soort dagboek lopend vanaf  9 november (precies 41 jaren voor zijn sterfdag) tot 18 november 1970. Zonder indiscreet te willen zijn, put ik uit deze brief enkele typerende citaten. Het is mijn eigen eerbetoon aan een onvergetelijke vriend, die zich grote offers getroostte om, naar een uitdrukking van Vaclav Havel,  'in waarheid te leven'.

'Als mijn denken iets in de wereld en de samenhang der dingen zou veranderen, zou ik nog banger van mezelf worden dan ik nu al ben.'
*
'Ik gebruik het gegeven dat ik meer dan ooit in mezelf opgesloten zit als een energiebron om filosofische problemen op te lossen en ik hoop alleen dat ik -als ik over mezelf vertel- niet mijn energie verlies om te filosoferen, want het filosofisch bedrijf is mij zeer dierbaar geworden.'
*
'Als filosofie de verheldering is van het vanzelfsprekende (en ik geloof dat ze dat is) dan zit ik 9 uur per dag achter mijn schrijftafel dingen te verhelderen waar geen normaal mens zich mee bezighoudt.'
*
'De  natuur is onverschillig, ik dank God elke dag dat ie zich zo goed verborgen houdt en de logica moet inderdaad voor zichzelf zorgen. De enige manier om je hersens tot rust te brengen is ze goed te gebruiken (waarvoor, voorzover ik weet, overigens geen regels bestaan.)'
*
'De meeste critici hebben Wittgenstein nooit serieus genomen in zijn overtuiging dat alle uitspraken in zijn Tractatus Logico-Philosophicus onzin zijn, nuttige wellicht belangrijke onzin, maar niettemin onzin: in zich onmogelijke uitspraken. Het ontbreekt die critici eenvoudig aan intellectuele moed of aan inzicht en waarschijnlijk aan beide.'
*
'Ik weet dat ik een redelijke, misschien zelfs een goede filosoof kan worden en filosofie is niet iets dat aan de oppervlakte, aan de rand van je leven gehouden kan worden.'


16 november 2011

November weer


Wij bergen ons in steen en glas
En dragen sieraden van goud
Toch wacht eenieder traag of ras
Aan het eind een huls van hout

Het is geen reden voor een traan
Straks breekt een nieuwe lente aan
Voor anderen klinkt dan vogelzang
De doden zijn voor niets meer bang


10 november 2011

Komrij ontdekt mijn 'kromrijm'


In zijn eerste (en enige) Poëziekalender voor het jaar 2012 zette Gerrit Komrij in een afwijkende vorm zijn aanstekelijk geschreven beschouwingen bij afzonderlijke gedichten voort, zoals we die kennen uit de verzamelbundels In Liefde Bloeyende en Trou Moet Blycken. Nieuw was ook, dat hij ook een aantal van zijn eigen gedichten van commentaar voorzag. Tot mijn, overigens aangename, verrassing trof ik in deze kalender een gedicht van mezelf aan, en wel op het blaadje voor woensdag 12 december 2012. Komrij kwam mijn gedicht (Op de Poëzij) zomaar tegen op mijn (oude) weblog Het Zuivelhuis voor Fijne Gedichten Hij spreekt van 'kromrijm', maar vindt de inhoud van mijn vers raak genoeg om er een vermakelijke beschouwing aan vast te knopen over de onderlinge jalousie de métier, die ook dichters niet vreemd is. En passant, zet hij een sympathiek beeld neer van mijn literaire weblog.

Het gedicht en het commentaar zijn (ongewijzigd) opgenomen in de laatste bloemlezing Tussen hemel en aarde van Gerrit Komrij, die februari 2013 is uitgebracht bij Van Gennep Amsterdam (blz. 358 - 359), tussen andere "Vignetten, voetnoten en verzuchtingen over poëzie".


8 november 2011

Bij een portretfoto van Dr Swaab (NRC 5-11-11)


Kijk de professor daar eens staan
Zijn vaders hersengietsel in de handen
Hij kijkt ons vriendelijk-minzaam aan
Bevrijd van hogere verbanden

Er is geen ziel, er is geen geest
Wij zijn chemie in alle vezels
Met godsdienst is het mooi geweest
Dat is voortaan een zaak van kwezels

Toch oogt de man als een sjamaan
Een relikwie tussen zijn handen
Chemie of niet, het ging niet aan
Om al zijn schepen te verbranden


5 november 2011

Innerlijke logica


als ik groot ben
word ik ruitenwisser
peinst kleinzoon van vijf
ins blaue hinein
geen ladder voor het raam te zien

o, glazenwasser
vangt de moeder lief
maar handwerk, dat
is hem te min


natuurlijk niet, zegt
hij vertoornd
die speelgoedauto's niet bestuurt
maar zelf de motor is

de fout loopt met een sisser af
in licht dédain sluit hij de zaak:
ik word een ruitenwisser

Hanneke Verbeek

(4 november 2011 gepubliceerd op NationaleBoekenblog)

4 november 2011

Suikerrietlied (naar Gezelle)

video

*
O het ruisen van het suikerriet,
Veel schoner nog dan suikerbiet.
Wie goed kan luisteren hoort:
Gooi toch die zoetjes overboord!

**

1 november 2011

Gouden ginkgo

De ginkgo staat in gouden gloed
Betovert mijn bedaard gemoed
Het is geen boom meer maar een bloem
Zijn blad felgeel als een samoem
Wie ook dit wonder heeft bedacht
Alleen de mens herkent zijn pracht

Miljoenen jaren gingen heen
Voordat de eerste mens verscheen
Terwijl de ginkgo er al was
Hij overleeft het menselijk ras
Dan kleurt elk najaar weer zijn gloed
Onopgemerkt ook dat is goed